Geschiedenis

home    geschiedenis    atelier    omgeving    bed & breakfast    tuin    contact    gastenboek

Molen de Star Balkbrug

Zomer 2011

Voorjaar 2011

     

Winter 2010

                                                        

 

Herfst 2009

 

                                                   

 

Molen de Star Balkbrug

                                    

 

                                                 

 

 

 

 

naar boven

Molen de star

 

In 1848 is de korenmolen De Star gebouwd door Jan ten Kate. De toenmalige ‘Katingermolen’ op Den Kaat, een grondzeiler, had te weinig capaciteit. De Star stond oorspronkelijk aan het kanaal de Dedemsvaart. Het graan kon aangevoerd worden per schip en met een puntertje in de molen worden gebracht. Blikseminslag verwoestte de Star in 1882 en beschadigde hem in 1972. In 1975 is de molen verplaatst van het terrein van de Coöperatieve Landbouwvereniging, te midden van bedrijfsgebouwen en silo’s, naar het vrije veld ten oosten van Balkbrug.

Bereikbaarheid

De molen staat ten oosten van Balkbrug, is goed zichtbaar vanaf de Coevorderweg tussen Balkbrug en Dedemsvaart en vanaf de snelweg N48 tussen Ommen en Zuidwolde.

Molen de Star is elke derde Zaterdag van de maand open voor bezichtiging, teven verkoop van meel producten.

Bij de verkeerslichten in Balkbrug gaat u richting Ommen de eerste straat links. De Molenweg maakt na 300 m een hoek van 90 graden naar rechts, hier gaat u rechtdoor en neemt de tweede afslag naar links.

Bij de verkeerslichten zijn ook de bushaltes.

 

naar boven

 

Een bovenkruier is een windmolen waarbij alleen de kap met het wiekenkruis in het horizontale vlak kan draaien.

Door het bovenste deel van de molen in de juiste richting van de wind te plaatsen (het zogenaamde kruien) komen de molenwieken loodrecht op de wind te staan. Hierdoor verkrijgt men de beste energie-overdracht.

Molens met een buitenkruiwerk

Deze zijn te herkennen aan de staart achter aan de kap; hier zet de molenaar met behulp van een kruiwiel (ook wel kruirad of kruibok genoemd) of kruilier en kettingen of kabels de staart in de gewenste positie. Soms is er een rondgaande ketting, die dus niet meer verlegd hoeft te worden. Om de molen te draaien, gebruikt men een van de volgende middelen:

De staart is bevestigd aan twee horizontale balken (spruiten), respectievelijk genaamd de korte, die achteraan langs de kap gaat en de lange spruit, die vooraan door de kap steekt. De naar beneden lopende staartbalk zit vast in het midden van de korte spruit. De lange spruit zit met de twee lange schoren onderaan de staartbalk vast en de korte spruit met de twee korte schoren.

Molens met een binnenkruiwerk

Bij dit type zet de molenaar binnen bovenin de kap met behulp van een kruirad en een kruireep (kruitouw) de molenkap in de gewenste positie. De poldermolens in Noord-Holland zijn overwegend binnenkruiers, waardoor ze een meer plomp aanzien hebben, omdat de bovenkant van de houten achtkant voor het kunnen kruien vrij breed is. Ditzelfde type molen is echter in Zuid-Holland omgebouwd tot buitenkruier.

Molens die zichzelf kruien

Deze worden ook wel zelfkruiers genoemd. Een kruisysteem bovenop de kap wordt aangedreven door de wind met behulp van een windroos en zorgt ervoor dat het wiekenkruis op de wind komt te staan.

Typen kruiwerk

Er zijn verschillende typen kruiwerk bij een bovenkruier:

Bij het rollenkruiwerk met houten of ijzeren rollen in houten rollenwagens en bij het neutenkruiwerk wordt de kap op zijn plaats gehouden door de kuip (keerkuip). Hierbij bestaat de keerkuip uit dikke eiken planken met daarom heen vaak ook nog een ijzeren klemband, de kuipband, zit. Aan de binnenkant van de keerkuip zitten keerneuten waardoor de overring van de kap bij het kruien minder wrijving ondervindt en dus lichter draait. Bij een neutenkruiwerk kunnen de neuten ook op de overring zitten, waardoor je alleen vooraan neuten nodig hebt.